opnemen
Het vak van energieprestatieadviseur is voor een buitenstaander vaak abstract. Wat doet zo iemand nou precies? Om daar een beeld van te geven nemen we je deze week mee in een dag van collega Rard.

Deze inkijk in het werk is geschreven door Rard, energieprestatieadviseur bij Arec.
Het vak van energieprestatieadviseur is voor een buitenstaander vaak abstract. Wat doet zo iemand nou precies? Om daar een beeld van te geven nemen we je deze week mee in een dag van collega Rard.
Het is vroeg in de ochtend en met een digitale afstandsmeter, tablet en een gezonde dosis nieuwsgierigheid stap ik in de auto. Mijn werkterrein varieert van jaren-dertig-woningen met karakter (en tocht) tot fonkelnieuwe huizen die beter geïsoleerd zijn dan mijn koelbox op vakantie. Wat gaan we vandaag tegenkomen? Elke keer een ander verhaal, elke keer een andere waarheid achter dezelfde zin die ik ongetwijfeld ga horen:
“Het huis is best goed geïsoleerd hoor.”
De eerste woning is zo’n jaren-dertig-huis. Charmant, karaktervol, en meestal energetisch gezien zo lek als een mandje. Eenmaal aangekomen maak ik eerst een foto van de gevel. Een enkelsteens metselverband. Straks even de muurdikte opmeten. Alles wordt netjes vastgelegd. Geen giswerk, geen aannames. De energieprestatie draait om bewijs. Bouwtekeningen, foto’s, facturen en productdocumentatie. Ik voel me soms half adviseur, half archiefonderzoeker.
Ik begin aan mijn ronde door het huis. Er is geen tekenwerk beschikbaar en daarom maak ik zelf een schetsplattegrond. Het raam en kozijnwerk, hoe is het daar mee gesteld? Ik loop naar het raam en houd mijn glasdetectiemeter ertegenaan. Hij slaat rood uit. Dubbelglas zonder coating dus. Ook nog eens in metalen kozijnen zonder thermische onderbreking. Een gevalletje in de categorie goed bedoeld, maar niet meer van deze tijd.
Binnen ruikt het naar de oude houten vloer. Hoe zit het daar eigenlijk mee? Die zal wel niet geïsoleerd zijn. De bewoner weet het niet. Daarom mag ik mij vandaag van mijn sportieve kant laten zien. Ik rol mijn mouwen op en til het kruipluik omhoog. Onder het huis ligt geen vloerisolatie. Wel leidingen, zand en spinnen die mij duidelijk als indringer beschouwen. Ook zij worden vereeuwigd in het dossier.
Via een krakende zoldertrap ga ik naar boven. Is het dak geïsoleerd? De eigenaar denkt van wel, maar weet het niet zeker. Ik duw het luik open en word begroet door een wolk minerale wol die al minstens twintig jaar op zijn plek ligt. Niet de fijnste plek voor iemand met huisstofmijtallergie, maar wél uitstekend bewijsmateriaal voor in het dossier.
Bij elke woningopname hoort ook een administratief staartje. In dit geval blijkt de “bewoner” geen eigenaar te zijn, maar een nicht van een overleden vrouw, waarvan de volledige erfenis naar KWF Kankerbestrijding gaat. Gelukkig maakt de uiteindelijke labeluitslag haar niet zo veel uit. En dat is maar goed ook, want hoog zal die niet worden. Zo blijkt maar weer, achter elke voordeur schuilt een bijzonder verhaal.
Voldaan stap ik de auto in naar de volgende opname. Woning twee is een nieuwbouwhuis. Strak, modern, bijna steriel. Hier geen kruipruimte-yoga. Omdat er goed tekenwerk met details en isolatiediktes beschikbaar is, ligt de nadruk bij deze woning niet op de thermische schil en bouwkundige aspecten maar juist meer op de installatietechniek.
Een bodemwarmtepomp, WTW-balansventilatie en vloerverwarming en koeling. Deze woning heeft het allemaal. Zou de warmtepomp aan de minimale COP-waarde voldoen? Ik maak zoveel mogelijk foto’s om dit later op kantoor uit te zoeken. Via luchtfoto’s kom ik er achter hoeveel zonnepanelen er op het dak liggen en de eigenaar weet een factuur te overleggen over welk type het gaat. Bingo! Er is een kwaliteitsverklaring beschikbaar via Bureau Controle Registratie Gelijkwaardigheid. Dat scheelt weer een paar punten op de EP-score. En ja hoor, de strakke witte doos gaat van een A+ naar een A++ dankzij de juiste documentatie.
Ten slotte maak ik van elk uitgewerkt label een Quickscan, een beknopt verduurzamingsadvies waarin ik doorreken wat bepaalde maatregelen doen voor het label. Denk aan dakisolatie, HR++ glas of een (hybride) warmtepomp. Elke stap kan zomaar een labelsprong opleveren en die kennis is heel waardevol voor bewoners. Dat stapje extra zetten we bij Arec graag.
Dus als je ooit iemand met een meetapparaat, een tablet en breinaald ziet rondlopen dan is de kans groot dat het een energieprestatieadviseur is.
Waarschijnlijk op zoek naar isolatie.
En koffie.